onderwijs

REFORMPARTIJ

Onderwijshervorming

Heb je je wel eens afgevraagd waarom er zoveel Nederlandse studenten in België zijn, maar zo weinig Belgische studenten in Nederland? Het antwoord is simpel: Omdat het Vlaamse onderwijs eenvoudig beteris dan dat van ons. De dagelijkse realiteit is dat het Nederlandse onderwijs relatief duur, onhandig en bureaucratisch is vergeleken met de rest van Europa. en bij lange na niet dezelfde kwaliteit meer levert. Voor de toekomst van ons land is dit een situatie die onmiddelijk beter moet!

 

Collegegeldbesluit

De RP wil dat het collegegeldbesluit onmiddelijk wordt afgeschaft! Dit besluit houdt in dat mensen die eerder al een HBO- of universitaire graad hebben behaald en daarna nog verder willen studeren, een collegegeld van E 7785,-- moeten betalen, tegenover mensen die nog geen enkele graad hebben behaald, die slechts E 1835,-- hoeven te betalen. Dit is duidelijk in strijd met het idee dat mensen hun leven lang door moeten blijven leren, en maakt het vrijwel onmogelijk voor mensen om zichzelf verder te ontwikkelen zodra zij de HBO of universiteit hebben afgemaakt. Wij vinden dat alle mensen, van welke leeftijd ook, altijd de kans gegeven moeten worden om zichzelf verder te kunnen ontwikkelen door middel van onderwijs.

 

Afschaffing van de basisbeurs

Het besluit van de Tweede Kamer om de basisbeurs af te schaffen en om studenten te dwingen om geld te lenen om hun studies te bekostigen is zowel onbegrijpelijk als onverdedigbaar, omdat dit betekent dat de regering ervoor heeft gekozen om hoger onderwijs een voorrecht voor de rijken te maken, in plaats van dat dit een basisrecht voor alle Nederlanders zou moeten zijn. Wij geloven dat onderwijs een universeel recht is, en dat hoger onderwijs bereikbaar en betaalbaar voor iedereen moet zijn. Daarom wil de RP de basisbeurs opnieuw invoeren. Ook willen wij ervoor zorgen dat schoolgeld voor masters en bachelors nooit méér dan vijfhonderd euro per jaar per opleiding zal kosten, zoals de realiteit in vele andere Europese landen al is, zoals België.

 

Overgewicht & junkfood op school

Obesitas of overgewicht is een groeiend en serieus probleem; niet alleen in Nederland, maar de wereld rond. Ongeveer de helft van de wereldbevolking kampt in meer of mindere mate met overgewicht. Daarom wil de RP maatregelen invoeren om overgewicht terug te dringen. Specifiek voor het onderwijs, wil de RP de mogelijkheden tot georganiseerde schoolsport verder uitbreiden en pleiten wij ervoor dat middelbareschoolleerlingen buitenschoolse activiteiten (zoals sport) moeten doen om voor de middelbare school te kunnen slagen. Ook willen wij de verkoop van frisdranken en snoep op lagere en middelbare scholen verbieden, aangezien het van een grote onverantwoordelijkheid getuigd om snoep- en frisdrankautomaten op scholen te installeren, waar kleine kinderen er eenvoudig toegang tot hebben.

 

Democratisch universiteitsbestuur

De RP heeft geconstateerd dat er op dit moment een chronisch gebrek aan democratische besluitvorming en toezicht in het Nederlandse hoger onderwijs bestaat. Om deze situatie te verbeteren, stellen wij voor om aan het bestuur van Nederlandse universiteiten een democratisch gekozen toezichtsorgaan toe te voegen. Net zoals de Nederlandse regering gecontroleerd wordt door de 1ste en 2e Kamer, zo moet het bestuur van een universiteit ook gecontroleerd worden door een rechtstreeks gekozen studentenvertegenwoordiging, wier taak het zal zijn om de besluiten van het universiteitsbestuur goed te keuren danwel af te keuren, en ook eigen voorstellen zal kunnen doen. Om ervoor te zorgen dat deze democratische omwenteling in het hoger onderwijs naar behoren functioneert, stellen wij voor om dit studentenparlement eerst op één Nederlandse universiteit in te voeren, en daarna naar de andere universiteiten uit te breiden. De logische keuze voor dit democratische experiment is de Universiteit van Amsterdam, aangezien dit een universiteit is waar het bestuur duidelijk gefaald heeft om zowel de studenten as de faculteit voldoende inspraak in het bestuur te geven. De RP gelooft dat meer inspraak in het hoger onderwijs alleen maar gewenst is, aangezien universiteitsstudenten duidelijk hebben laten zien dat zij gemotiveerd zijn om de kwaliteit van hun onderwijs te bewaken en om het voortbestaan van de onderwijsinstelling veilig te stellen.

 

Burgerschap op school

Het is belangrijk dat kinderen op school al leren dat zij deel uitmaken van een grotere gemeenschap om hen heen. Wij moeten hen ervan doordringen dat zij Nederlandse staatsburgers zijn die wettelijke rechten en plichten hebben, en ook wat de consequenties hiervan zijn. Tegelijkertijd moeten wij hen ook een gevoel van respect en gezonde trots geven, trots dat zij deel uitmaken van de Nederlandse gemeenschap, en ook dat zij deel uitmaken van de grotere schoolgemeenschap om hen. Dit kunnen wij op een aantal manieren bereiken, zoals:

  • het bevorderen van de onderlinge competitie in schoolsport tussen verschillende lagere en middelbare scholen.
  • het invoeren van schooluniformen voor leerlingen op de lagere en middelbare school.
  • het gemeenschappelijk beginnen van de dag, door bijvoorbeeld samen het schoollied en/of volkslied te zingen

WIj zien in dat dit voorstel door sommige Nederlanders als nationalistisch of oudbollig zal worden beschouwd. Toch zijn dit effectieve manieren gebleken om een gevoel van gemeenschap, eenheid en respect te creëren, wat alvast een manier is om gemeenschapszin en verantwoordelijkheidsgevoel in leerlingen te bevorderen, en daardoor ook het gevaar van mogelijke radicalisatie tegen te gaan.

 

Witte en Zwarte scholen

Wij zijn fel tegen de opdeling van scholen in "witte" en "zwarte" scholen. Dit is een voorbeeld van de gevorderde ghettoficatie van bepaalde buurten en steden - dat met man-en-macht bestreden worden. Internationale ervaring heeft laten zien dat religieus fanatisme het best gedijt in buurten waar er vrijwel geen diversiteit bestaat en waar immigranten van één bepaalde groep op een kluitje wonen. Voorbeelden hiervan zijn Schaarbeek en Molenbeek in Brussel, de banlieues van Parijs, de Kreuzberg in Berlijn, "Little Mogadishu" in Detroit, en het Transvaalkwartier in Den Haag - allemaal voorbeelden van ghettovorming. Hetzelfde gebeurt met de scholen in zulke wijken, en tegelijk (maar omgekeerd) ook met volledig "wittte" scholen - waar kinderen nooit in aanraking komen met mensen die er anders uitzien. Daarom is het belangrijk dat kinderen op school in een ethnisch diverse omgeving terecht komen, om zo te leren dat mensen met een andere huidskleur of ethnische achtergrond ook gewoon Nederlanders zijn, en dezelfde mores, gedragsregels en omgangsvormen volgen.

 

Onderwijsvernieuwing

De waarheid is dat het Nederlands middelbaar onderwijs hard aan verbetering toe is:

  • Om te beginnen is de RP fel tegen de huidige schaalvergroting in het onderwijs. Deze trend is echter het directe resultaat van het hudige beleid van de regering, waarbij het onderwijs minder onsteuning krijgt, en scholen daarom gedwongen worden om te bezuinigen, onder andere door te fuseren. De RP wil echter geen gigantische fusiescholen meer. De bestaande scholengemeenschappen die over verschillende locaties verspreid liggen, moeten opgesplitst worden zodat elke locatie een aparte school wordt. In het onderwijs is kleinschaligheid iets wat aangemoedigd dient te worden.

 

  • Ook wil vinden wij het onderscheid tussen middelbare scholen van een "hoger" type, waar de leerling direct naar de universiteit door mag stromen (VWO) en middelbare scholen van een "lager" type, waar de leerling dit niet mag doen (HAVO, MAVO, VMBO), zowel contraproductief als oneerlijk voor deze kinderen. Praktisch gesproken zorgt deze tweedeling voor een groot verlies aan talent voor zowel de Nederlandse samenleving als de Nederlandse economie en wetenschap, door deze leerlingen op deze manier te ontmoedigen om verder hoger onderwijs te volgen. De ReformPartij gelooft dat ieder kind recht op onderwijs heeft dat ook theoretisch onderwijs omvat en dat kan dienen als een voorbereiding tot de universiteit. Ook geloven wij dat elk kind de vaardigheid bezit om te leren, en dat het VMBO in het bijzonder een verbanningsoord is geworden voor kinderen die misschien iets meer ondersteuning nodig hebben om hun talent tot leren te ontwikkelen.

 

Het enige deel van het Nederlandse onderwijssysteem dat op dit moment daadwerkelijk doet wat het moet doen, is het basisonderwijs, waar kinderen de basisvaardigheden leren die gedurende het leven zo belangrijk zijn, zoals lezen, schrijven en hoofdrekenen. Het middelbaar onderwijs, echter, vervult zijn functie in onvoldoende mate. Het middelbaar onderwijs heeft namelijk twee duidelijke doelstellingen:

 

  • Doelstelling 1: Bereid de kinderen voor op het hoger onderwijs. Dit is een hoofdtaak waarin het middelbaar onderwijs faalt, aangezien leerlingen van scholen die als "lager" worden beschouwd dan het VWO (dus HAVO, MAVO en VMBO) niet rechtstreeks naar de universiteit door mogen stromen, maar eerst nog een jaar aan de hogeschool door moeten brengen om hun propedeuse te halen, om zo te laten zien dat ze weldegelijk aan de universteit mee kunnen komen. Dit is een jaar waar deze leerlingen vaak verder niets aan hebben, en waar ze vaak voor spek en bonen aan meedoen. Deze regeling houdt ook in dat de kwaliteit van HAVO, MAVO en VMBO volgens de overheid dus zó laag ligt dat de leerlingen van deze scholen niet rechtstreeks aan het echte hoger onderwijs deel mogen nemen. Wij moeten ervoor zorgen dat de kwaliteit van het onderwijs op deze scholen ook voldoende is om ervoor te zorgen dat deze kinderen ook de kans krijgen om aan de universiteit te studeren.

 

  • Doelstelling 2: Bereid de kinderen op het echte leven na de school voor. Ook hierin faalt de middelbare school jammerlijk. Leerlingen die de middelbare school verlaten en niet verder studeren, hebben vaak weinig geleerd dat ze daadwerkelijk in de praktijk toe kunnen passen om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, of om zich als zelfstandige ondernemer te vestigen, of om zich als mondige en geïnformeerde burgers te ontpoppen. Het huidige curriculum bestaat te veel uit droge stof die in de praktijk niet praktisch bruikbaar is. Zelfs vakken die zich ideaal lenen voor het bijspijkeren van praktische vaardigheden, zoals de vakken Economie of Staatskunde, richten zich te veel op niet direct toepasbare theorie; daarbij wordt vergeten dat leerlingen ook baat hebben bij praktische informatie, zoals bijvoorbeeld wat je moet doen om een eigen bedrijfje op te starten, of de grondrechten die je als Nederlands en Europees burger bezit, en welke opties je hebt om jouw rechten te beschermen.

 

Daarom willen wij het Nederlandse onderwijssysteem op een aantal belangrijke punten herzien. Als volgt:

 

  • Geen gigantische fusiescholen meer: De bestaande scholengemeenschappen die over verschillende locaties verspreid liggen, moeten opgesplitst worden zodat elke locatie een aparte school wordt. In het onderwijs is kleinschaligheid iets wat aangemoedigd moet worden.

 

  • Afschaffing van het onderscheid tussen VMBO, MAVO, HAVO en VWO. De DP stelt voor om al deze niveaus tot één enkele schoolsoort samen te voegen: Middelbaar Onderwijs. Dit betekent ook dat de cito-toets wordt afgeschaft en dat alle leerlingen van het middelbaar onderwijs rechtstreeks toegang tot de universiteit moeten kunnen krijgen; zodoende zullen universiteiten ook selecties aan de poort mogen doen gebasseerd op behaalde resultaten en/of door toelatingsexamens af te nemen, zodat de student met de hoogste scores de beste kans maakt om direct toegelaten te worden. Dit maakt het onderwijs eerlijker, democratischer en competitiever dan het nu is, aangezien leerlingen in het huidige systeem praktisch worden benadeeld op basis van het onderwijstype waaruit de student afkomstig is. De splitsing tussen hogescholen en universiteiten aan de ene kant en het onderscheid tussen verschillende vormen van middelbaar onderwijs aan de andere kant zorgt ervoor dat alleen studenten met wetenschappelijk voortgezet onderwijs rechtstreeks naar de universiteit door mogen stromen. Dit gaat ervan uit dat kinderen die een “lager” soort middelbaar onderwijs hebben gevolgd, dus ook minder in staat zijn om te leren en te redeneren ... Dit is nadelig voor de Nederlandse economie en Nederlandse wetenschap, omdat dit een kunstmatig opgeworpen hindernis is voor potentiële universitaire studenten die het talent of de kennis wel bezitten, maar bijvoorbeeld de verkeerde vorm van voortgezet onderwijs hebben gevolgd, of die "laatbloeiers" zijn. Op deze manier loopt Nederland een hoop getalenteerde werknemers, ondernemers en wetenschappers mis. Het praktisch resultaat hiervan is dat niet iedereen in Nederland vrij van het hoger onderwijs gebruik mag maken, ook al is het hoger onderwijs in principe een dienstverlenende sector die voor iedereen open en bereikbaar hoort te zijn.

 

  • Verder stellen wij ook voor het invoeren van schooluniformen voor leeringen in het Nederlandse basis- en middelbaar onderwijs voor. Hoewel wij inzien dat dit een radicaal voorstel is dat voor veel mensen als onnodig of paternalistisch zal worden bestempeld, zien wij echter ook in dat er aan het dragen van schooluniformen een aantal positieve psychologische aspecten kleven, zoals het bevorderen van de individuele discipline en respect en het besef dat men een integraal deel uitmaakt van een grotere gemeenschap.

 

  • Ook willen wij dat het voor schoolgaande kinderen verboden wordt om zich tijdens de schooluren buiten het schoolterrein te bevinden. Tijdens schooluren dienen schoolgaande kinderen zich op het schoolterrein moeten bevinden, en nergens anders. Dit houdt in dat schoolgaande kinderen ook tijdens de grote pauze niet het schoolterrein mogen verlaten om onrust in de buurt te veroorzaken. Leerlingen die zich hier niet aan houden, moeten zo nodig door de buurtagent terug naar school worden geëscorteerd. In het verlengde hiervan moeten ouders ook verantwoordelijk worden gehouden voor de afwezigheid van hun kinderen. Het is aan de gehele maatschappij om ervoor te zorgen dat de kinderen van Nederland zich met de juiste mores ontwikkelen.

 

  • Verder wil de ReformPartij de mogelijkheden tot schoolsport en onderlinge competitie flink uitbreiden. Daarom willen wij dat er een Nationale Middelbareschoolcompetitie wordt opgericht waarbij de leerlingen van de verschillende middelbare scholen tegen elkaar kunnen wedijveren om een nationale beker.

 

  • Verder stellen wij voor om het curriculum van de middelbareschool met de vakken Programmeren en Rechten uit te breiden. Ook moeten de vakken Economie en Staatskunde grondig worden uitgebreid, waaraan de vakgebieden Politicologie en Debat moeten worden toegevoegd. Dit zijn vakken die in onze moderne maatschappij allemaal van bijzonder nut zijn, om ervoor te zorgen dat jonge burgers niet alleen weten wat hun rechten en plichten zijn als een zelfstandig onderdeel van de Nederlandse samenleving, maar ook welke mogelijkheden zij tot hun beschikking hebben om hun grondrechten te beschermen. Verder is Programmeren een vak dat bijzonder nuttig is in een tijdperk waarin computers, internet en apps alom aanwezig zijn, en moet ook het vak Economie grondig uitgebreid worden, omdat er naast de droge en niet direct toepasbare economische theorie ook aandacht moet komen voor de praktische aspecten van het zakendoen, zoals de stappen die ondernomen moeten worden om een eigen bedrijfje op te zetten. Het idee van het vak Economie moet minder het overdragen van gortdroge theorie zijn en meer het bewerkstelligen van een visieomslag bij de leerling, dat zelfstandig zakendoen voor iedereen bereikbaar is, dat het maken en leren van fouten een karakteristiek onderdeel van een echte zakenman is (en dat faalangst daarom zinloos is), en dat niet iedereen automatisch een werknemer hoeft te worden na het verlaten van het middelbaar of hoger onderwijs. Het praktische oogpunt van de voorgestelde verbreding van het vak is dat kinderen beter met geld en met financiering om leren gaan, en dat er uiteindelijk dus ook minder volwassenen zijn die met financiële problemen te kampen krijgen, maar ook dat er elk jaar meer nieuwe zelfstandige bedrijfjes bijkomen die aan de Nederlandse economie bijdragen. Ten laatste is het ook belangrijk dat kinderen die niet automatisch in het stramien van de werknemer vallen, van iemand te horen krijgen dat zij nog andere opties hebben om gelukkig te zijn en tegelijkertijd geld te kunnen verdienen.

  • Ten laatste pleiten wij ervoor dat buitenschoolse activiteiten mee gaan tellen voor het succesvol behalen van het eindexamen van de middelbare school. In de praktijk houdt dat in dat de leerling dus ook dagelijkse buitenschoolse activiteiten zal moeten ondernemen om voor de middelbare school te slagen, zoals muziek, sport, of iets anders opbouwends, ipv. de hele naschoolse tijd voor de televisie of achter de computer te zitten.