discriminatie

REFORMPARTIJ

Discriminatie, sexisme en racisme

De RP gelooft in gelijke kansen voor iedereen. Daarom vinden wij dat discriminatie, racisme en sexisme een woekerende smet op de Nederlandse samenleving zijn, die de naam heeft een van de tolerantste ter wereld te zijn. Hoewel de RP gelooft dat de meeste Nederlanders een sterke afkeer van racisme en discriminatie hebben, wijzen de vele "ongevoelige" reacties, gedaan door een schokkend groot aantal mensen tijdens de nationale discussie rond Zwarte Piet er toch op dat de uitwassen van racisme en discriminatie nog altijd sluimerend in ons land aanwezig zijn. Om dit onaanvaardbare fenomeen zo effectief mogelijk uit te roeien, pleiten wij voor de volgende maatregelen:

 

Geen "allochtoon" meer

Wij willen dat de overheid onmiddelijk stopt om het woord "allochtoon" te gebruiken in officiële communicatie om te refereren aan alle Nederlanders van wie de familieoorsprong in het buitenland ligt. Wat het woord "allochtoon" onder andere zo kwalijk maakt, is het feit dat het enkel in theorie "Nederlander van buitenlandse oorsprong betekent", maar in de praktijk "Nederlander wiens huid niet licht genoeg is". Technisch gesproken is een Amerikaan of Canadees, of een Pool of Fransman of Japanner immers ook een allochtoon, desondanks zal deze term nooit op hen van toepassing zijn. Het feit dat de Nederlandse rijksoverheid zelfs in officiële stukken een onderheid tussen ethnische en niet-ethnische Nederlands maakt, laat zien dat sociale cohesie en het idee dat alle Nederlanders gelijke kansen moeten krijgen niet echt een prioriteit is voor het huidige Nederlandse kabinet. De RP vindt dat het een hoofdverantwoordelijkheid voor de overheid moet zijn om ervoor te zorgen dat alle Nederlandse burgers zich in de eerste plaats ook Nederlander voelen, en dat kan niet als de overheid de bevolking officieel in twee groepen verdeelt. Wat dat betreft helpt het al om ons dagelijks taalgebruik aan te passen. Daarom weigeren wij bij de ReformPartij ook halsstarrig om de woorden "allochtoon" en "autochtoon" te gebruiken. Ook vinden wij het onzinnig om iemand die in Nederland is geboren, die een Nederlands paspoort heeft, en die vloeiend Nederlands spreekt nog altijd "Turk" of "Marrokaan" te noemen. Als wij iemands originele afkomst duidelijk moeten maken, gebruiken wij daarom zoveel mogelijk bijvoegelijke naamwoorden: Turkse Nederlander, Marrokaanse Nederlander, Somalische Nederlander, enzovoort. Wij moeten ervoor zorgen dat iedereen begrijpt dat je eerst Nederlander bent, en dan pas iets anders, en dat kan niet als de overheid mensen officieel in hokjes blijft proppen! Om dit voor elkaar te krijgen, stellen wij voor dat de overheid een interne stijlgids publiceert waarin duidelijk uitgelegd staat dat ambtenaren niet de woorden allochtoon en autochtoon meer moeten gebruiken, omdat dit nodeloos verdelend werkt.

 

Politie & Justitie

Ook vinden wij dat meldingen en aangiften van discriminatie vanaf nu aan altijd door de politie serieus worden genomen en altijd worden onderzocht. Het kan niet zijn dat een agent besluit om een aangifte van discriminatie of racistisch of sexistisch gedrag afdoet als "geen echte misdaad". Daarnaast vinden wij dat het profileren op basis van huidskleur echt niet kan! Dit is Nederland, niet de V.S.! Wij moeten een hogere standaard hebben, waar iedere Nederlander door de wet op een gelijke manier wordt behandeld. Verder moet de overheid flink in politie en justitie gaan investeren om de deskundigheid, de capaciteit en het begrip van deze diensten op dit gebied aanzienlijk te vergroten, aangezien het daar flink aan lijkt te ontbreken. Ook moeten gemeenten de disriminatie bij uitgaansgelegenheden (café's, clubs, enzovoort) beter gaan bestrijden; klanten mogen de toegang niet langer geweigerd worden op basis van hun huidskleur of afkomst. Ambtenaren van de burgerlijke stand die weigeren om mensen van hetzelfde geslacht te huwen moeten op staande voet ontslagen worden wegens het niet naar behoren uitoefenen van hun publieke functie. Ook leerlingen mogen niet geweigerd worden op basis van hun culturele of religieuze achtergrond, zolang de leerling maar bereid is de ideologische grondlegging van de school te respecteren.

 

Om dit allemaal na te kunnen gaan, moet de arbeidsinspectie de capaciteit krijgen om meldingen van discriminatie (op basis van huidskleur, leeftijd, geslacht, enzovoort) te onderzoeken, en om zo nodig overtreders te beboeten of om deze aan justitie of politie over te dragen. Dit is ook één van de manieren waarop wij kunnen beginnen om de ongelijke beloning van vrouwelijke werknemers, die voor dezelfde functies over het algemeen minder geld krijgen dan hun mannelijke collega's, te bestrijden.

 

Hoewell het een controversieel standpunt is, vinden wij ten laatste ook dat Zwarte Piet ook nodig aan de moderne tijd worden aangepast. Ook al weten wij dat er miljoenen volwassen Nederlanders zijn die nog altijd van binnen blij worden als ze Zwarte Piet zijn, toch is het ondertussen wel duidelijk gebleken dat Zwarte Piet door veel Nederlanders van Afrikaanse afkomst hoe dan ook als onnodig pijnlijk en racistisch wordt ervaren - wat de bedoeling niet kan zijn! Uiteindelijk vinden wij dat de discussie niet moet gaan over of Zwarte Piet nu discriminerend bedoeld is of niet, maar wel over het feit dat hij door een groot segment van de Nederlandse bevolking als zodanig wordt ervaren. Daarom pleiten wij ervoor dat het uiterlijk van Zwarte Piet aan de moderne tijd aangepast wordt, zodat dit werkelijk een volksfeest voor gehele Nederlandse volk kan worden. De stellige weigering van het kabinet om een mening over de Zwarte Piet-kwestie uit te spreken (omdat "Sinterklaas een volksfeest is" en het volgens eigen zeggen niet de taak van het kabinet is om zich met de Nederlandse cultuur bezig te houden, wat illustreert dat de Nederlandse cultuur voor dit kabinet geen echte prioriteit is) getuigt van de morele zwakte en lafheid van het kabinet Rutte. Wij vinden dat het het Nederlandse volk zou sieren om er uit eigen beweging voor te zorgen dat tijdens Sinterklaas mensen met een donkere huidskleur zich niet langer gemarginaliseerd hoeven te voelen en óók gewoon met dit volksfeest mee kunnen doen, net zoals de rest van Nederland dat kan.

 

Emancipatiedag

Op 1 juli 1863, nog maar anderhalve eeuw geleden, werd de slavernij officieel afgeschaft in de Nederlandse koloniën. Het markeerde het officiële einde van een langdurige periode van terreur, dood, onderdrukking en uitbuiting die in de beleving van de nazaten van de slachtoffers niet onderdoet voor de Holocaust, de Goelagarchipel, of het bewind van de Rode Khmer; een traumatische periode die nog altijd zijn sporen in onze moderne samenleving heeft achtergelaten.

 

Als Nederlanders mogen wij er toch enigszins trots op zijn dat sommige van onze voorlopers een einde aan deze barbariteit hebben gemaakt, tegelijkertijd moeten wij er echter voor blijven waken dat racisme en discriminatie niet weer de kop in onze samenleving opsteken. De vele "negatieve" reacties van mensen rond de discussie rond Zwarte Piet laten zien dat racistische sentimenten nog altijd in onze op vrijheid en tolerantie gebasseerde samenleving sluimerend aanwezig zijn. Dit is een ontwikkeling dat het hart van onze vrije en gelijke samenleving bedreigt, en waartegen wij moeten blijven waken.

 

Daarom pleit de RP ervoor om het einde van de slavernij in Nederland als een officiële feestdag aan te merken, aangezien deze grote stap voorwaarts in de vaderlandse geschiedenis het verdient om jaarlijks geviert en herdacht te worden. Uiteindelijk is het niet meer dan eerlijk dat deze dag er komt, aangezien de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog immers wel landelijk herdacht worden, om ons er jaarlijks aan te herinneren dat wij er actief voor moeten blijven waken om onze vrije samenleving te beschermen, terwijl de slachtoffers van de transatlantische slavenhandel, waar Nederland ook een grote rol in speelde, op geen enkele manier in Nederland officieel herdacht worden, noch wordt het historische besluit van de Nederlandse regering om de slavernij af te schaffen op geen enkele manier gevierd. Wij vinden dat dit historische moment beter verdient.

Zie ook het onderwerp: Emancipatiedag.

 

Homohuwelijk

De gelijkwaardigheid tussen hetero's en homo's is in Nederland bij wet geregeld, daarom mogen ambtenaren van de burgerlijke stand nooit het recht hebben om te weigeren om een huwelijk tussen partners van hetzelfde geslacht uit te voeren. Het is de taak van gemeenteambtenaren om zich aan de wet te houden. Ambtenaren die dit weigeren, dienen op staande voet ontslagen te worden, aangezien zij duidelijk niet naar behoren functioneren in het uitoefenen van hun publieke functie.

 

Nederlanderschap

Kinderen moeten niet gediscrimineerd worden op de afkomst van een van hun ouders. Op dit moment doet de Nederlandse wetgeving dit onbedoeld echter wel. De RP vindt daarom dat de rijkswet op het Nederlanderschap aan een grondige hervorming toe is. In de praktijk houdt dit in dat de Nederlandse nationaliteit automatisch verkregen moet worden door alle kinderen ter wereld die geboren worden waarvan één van de ouders de Nederlandse nationaliteit bezit, of dit nu de moeder of de vader is. Zie ook het onderwerp: Nationaliteit.

 

Arbeidsmigratie & (Oost-)Europeanen

Zowel Nederland als Oost-Europa horen op dit moment nu eenmaal bij de EU en de verschillende Oost-Europese landen maken deel uit van de Europese gemeenschappelijke markt, waar ook Nederland deel van uitmaakt. Zolang Nederland nog bij de Europese Unie hoort (hoewel wij daar wel een referendum over willen organiseren), vindt de RP dat Oost-Europeanen daarom ook het recht moeten hebben om in ons land te kunnen werken, volgens het principe van afgesproken is afgesproken. Onze politici zijn deze afspraken nu eenmaal aangegaan. Echter, als het Nederlandse volk op democratische wijze zou besluiten om opnieuw visumeisen voor de burgers van andere Europese landen in te voeren, dan is dat een beslissing die wij pas kunnen maken op het moment dat Nederland weer van de EU onafhankelijk is (en bij voorkeur als het resultaat van een landelijk referendum). Tot dat moment maken Oosteuropese landen immers nog deel van de EU uit, en vindt de RP dat de Europese regels daarom op iedereen in gelijk mate van toepassing moeten zijn. De arbeidsvoorwaarden van buitenlandse werknemers moeten daarom ook gelijkgetrokken worden met die van de Nederlandse werknemers; dit om ervoor te zorgen dat er geen sprake van oneerlijke concurrentie kan zijn doordat buitenlandse krachten bijvoorbeeld minder sociale premies hoeven te betalen. Iedereen die op Nederlands grondgebied in loondienst werkt, moet onder het Nederlandse arbeidsrecht vallen, zonder uitzonderingen. Voor elke werknemer moeten dezelfde rechten en plichten gelden, en moet dus ook op dezelfde manier worden belast; dit houdt dus ook in dat buitenlandse werknemers in Nederland recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden (zoals minimumloon) als Nederlandse werknemers moeten hebben en ook dezelfde sociale premies moeten gaan betalen.

Zie ook het onderwerp: Arbeidsmigratie en Oosteuropeanen.